fbpx

Is StiPP bedoeld voor alle uitzendkrachten?

StiPP pensioen

Is StiPP bedoeld voor alle uitzendkrachten?

De pensioenregeling voor de branche voor personeelsdiensten wordt verzorgd door de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (kortweg StiPP genoemd). Maar voor wie is StiPP bedoeld en voor wie niet? Tijd voor duidelijkheid.

De pijn zit ‘em in de omschrijving van het begrip ‘uitzendwerkgever’, zoals omschreven in het Verplichtstellingsbesluit van StiPP en zoals omschreven in de nieuwe Ontslagregeling. Het begrip wordt namelijk verschillend gedefinieerd. Hierdoor ontstond er verwarring over welke uitzendwerkgever verplicht is om deel te nemen aan StiPP.

Allocatiefunctie

In de nieuwe Ontslagregeling wordt bij het begrip ‘uitzendwerkgever’ de allocatiefunctie meegenomen. Het verplichtstellingsbesluit van StiPP vermeldt echter dat de allocatiefunctie geen onderdeel uitmaakt van het begrip ‘uitzendwerkgever’, wat ook terecht is als je kijkt naar de wetsgeschiedenis. Daaruit blijkt dat het de bedoeling van de wetgever is om, bij artikel 7:690 BW, diverse driehoeksverhoudingen onder te brengen en niet enkel de uitzendwerkgever die de allocatiefunctie vervult. Door diverse rechters wordt terecht geoordeeld dat de allocatiefunctie geen vereiste is. Staatssecretaris Klijnsma heeft conform deze lijn geantwoord: De definitie van het begrip ‘uitzendwerker’, zoals opgenomen in de Ontslagregeling, geldt alleen voor de Ontslagregeling. Klijnsma vervolgt dat onder andere uit de wetsgeschiedenis blijkt, dat de allocatiefunctie geen constitutief vereiste is voor de uitzendovereenkomst. StiPP is dus voor alle uitzendwerknemers in de branche voor personeelsdiensten.

Wat doet StiPP?

StiPP zorgt voor de uitvoering van de pensioenregeling voor de branche personeelsdiensten. In het bestuur van StiPP zitten vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers uit de bedrijfstak. Het bestuur beheert het pensioenfonds en bepaalt ook het beleid van StiPP. Ook zorgt StiPP ervoor dat werkgevers die verplicht zijn zich aan te sluiten bij StiPP, zich ook daadwerkelijk aanmelden. Tevens ziet StiPP toe op tijdige betaling van de premienota’s door de werkgevers. De middelen om betaling af te dwingen zijn onder andere het starten van een incassotraject, het opleggen van boetes en het starten van een kort geding procedure.

StiPP-pensioenregelingen

StiPP biedt twee pensioenregelingen aan: de Basis- en de Plusregeling.

Indien je stopt met werken, stopt ook de deelname aan de Basis- dan wel de Plusregeling. Het pensioenkapitaal dat is opgebouwd, wordt bewaard door StiPP tot aan de pensioendatum van de werknemer. Hierna zal het pensioenkapitaal middels uitkeringen worden uitbetaald tot aan overlijden. Indien de werknemer een nieuwe baan krijgt binnen een andere branche, kan ervoor  gekozen worden om het opgebouwde pensioenkapitaal over te dragen aan het nieuwe pensioenfonds.

De Basisregeling
Bij de Basisregeling betaalt alleen de werkgever de premie. Deze regeling is voor werknemers die:

  • 21 jaar of ouder zijn.
  • Ten minste 26 weken gewerkt te hebben bij één uitzendonderneming (ook wel referte-eis genoemd).

Voor de telling van de termijn van 26 gewerkte weken, wordt het relevante arbeidsverleden bij opvolgend werkgeverschap meegenomen. Bij de beoordeling of er sprake is van opvolgend werkgeverschap is bepalend of hetzelfde werk wordt voortgezet bij de nieuwe werkgever. De onderbreking tussen de verschillende werkgevers mag tevens niet langer dan zes maanden zijn.  In het geval van een onderbreking van langer dan zes maanden, wordt de relevante periode bij de vorige werkgever niet meegenomen.

Plusregeling
De premie voor de Plusregeling wordt door de werkgever en de werknemer samen betaald. De werkgever betaald 2/3e van de premie en de werknemer 1/3e.

Deze regeling is van toepassing op werknemers  die:

  • 21 jaar of ouder zijn.
  • Meer dan 78 weken hebben gewerkt voor dezelfde uitzendonderneming.
  • Al 52 weken Basispensioen hebben opgebouwd (al dan niet bij één uitzendonderneming).

Het meest voorkomende voorbeeld van een Pluspensioen in de praktijk, is een werknemer die eerst 26 weken heeft gewerkt bij een uitzendonderneming, vervolgens start met de opbouw van een Basispensioen en dit gedurende 52 weken blijft doen. Na die 52 weken heeft de werknemer recht op een Pluspensioen. Voor de termijn van 78 weken is het relevante arbeidsverleden met betrekking tot opvolgend werkgeverschap van belang. Hierbij geldt de eis dat het moet gaan om voortzetting van hetzelfde werk, waarbij geen sprake is van een onderbreking van meer dan zes maanden.

Goed om te weten

Als laatste geven wij u de volgende pensioenweetjes mee:

  • Indien een werknemer al een Pluspensioen opbouwt, hoeft hij bij een nieuwe uitzendovereenkomst (al dan niet gewisseld van werkgever in de tussentijd) niet opnieuw te voldoen aan de referte-eis. Hij blijft een Pensioenplus opbouwen, tenzij de onderbreking 26 weken of langer is waarna het volgende geldt:
  • De onderbreking is 26 weken of langer, maar korter dan 52 weken: de werknemer heeft recht op een Basispensioen.
  • De onderbreking is 52 weken of langer: de werknemer moet eerst 26 weken werken, voordat hij recht heeft op een Basispensioen.

 


Hoe nuttig vind je dit artikel? Geef je waardering:
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars (1 votes, average: 5,00 out of 5)

Laden...